Nagalmen

Een vrachtwagenchauffeur pur sang, was hij. Het was geen beroep, het was een passie. Zijn gloednieuwe ‘wagen’, net een paar maanden in zijn bezit, was zijn trots.

Zelf had hij wel wat weg van die wagen: net zo opvallend aanwezig, vaak vol gas en altijd in één rechte lijn naar de bestemming. Want op feestjes hing hij in de lampen, hij had energie voor tien en als je hem nodig had, stond hij meteen bij je op de stoep. Hij was er voor je, al was het middenin de nacht.

“Er was niemand zoals hij.”

Zijn vrachtwagen speelde een belangrijke rol tijdens zijn afscheid. Hij werd erop van zijn huis naar het crematorium gereden, door een indrukwekkende erehaag van tientallen wagens van zijn collega’s en in een rouwstoet met vrachtwagens zo ver als het oog reikte. Het was groots. Net als hij.

Tijdens de ceremonie gaven we zijn wagen een plek in het zicht van de aula.

Samen met familie, collega’s, vrienden en vriendinnen vertelde ik over hem. Over zijn gekke streken, zijn impulsieve, maar lieve karakter, zijn onzekerheden en moeilijke momenten. Zijn plotselinge overlijden had gezorgd voor een schokgolf. Het was zo stil nu. Zo oorverdovend stil.

Even liet ik het letterlijk stil zijn, in die bomvolle aula. Secondenlang werd er niets gezegd en niets gedaan.

Alleen maar stilte.

Tot plotseling de luchthoorn van zijn wagen klonk. Hard. Lang. Gezichten draaiden naar de ramen, naar die grote, rode wagen die buiten stond.

Het geluid galmde na in de ruimte.

Het was toch niet zo stil. En ik riep alle mensen in die aula op om het ook vooral niet stil te laten worden. Om over hem te blijven vertellen en op hem te blijven proosten. Alleen dan zou híj ook nagalmen. Niet meer fysiek om hen heen en nooit meer hetzelfde, maar wel in hun harten.

Voor altijd.

– – – – –

Foto: Hans Kieboom

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven